De Streuvelsroute

Share België mag dan wel een klein landje zijn, het heeft altijd al heel bekende mensen voortgebracht. En niet alleen maar wielrenners of misdadigers, al zou je dat de laatste tijd wel denken. In het produceren van schrijvers is dit vlakke land al even succesvol gebleken. Neem nu Stijn Streuvels, die slaagde er toch maar in om met zijn oeuvre onder andere meerdere keren de Staatsprijs voor Proza te verdienen, de Prijs voor Nederlandse Letteren in de wacht te slepen en het eredoctoraat van de universiteiten van Leuven, Munster en Pretoria te pakken te krijgen. De onderwerpen van zijn boeken spelen zich allemaal af in het Kortrijkse, de streek waar hij heel zijn leven heeft gewoond.
Men kan zich afvragen of die streek dan wel zo inspirerend kan zijn geweest. Er voor jezelf een kijkje nemen van wat er na al die tijd van het landschap dat Streuvels in zijn boeken beschrijft overblijft, is een aangename, ontspannende bezigheid, zeker als je er voor kiest om dat per motor te doen. Rustige wegen, een goed bewegwijzerde route en mooie vergezichten liefst onder een stralende zomerzon. Meer moet dat niet zijn voor een kort uitstapje. Omdat we altijd al tegendraads zijn geweest, starten we onze rit niet aan het nationaal Vlasmuseum te Kortrijk, zoals de gids van de West-Vlaamse vereniging voor de Vrije Tijd vzw suggereert. Komende uit de richting van Gent via de E17 nemen we de afrit Deerlijk - Vichte en rijden over de N36 richting Vichte. De brede weg lijkt helemaal niet op een toeristische route, maar in de hoop dat de omgeving verderop wat schilderachtiger wordt rijden we vol goede moed verder tot we Vichte bereiken. Wie van ver komt om de vroegere biotoop van Streuvels te bezoeken, kan hier gerust even stoppen om er de beentjes te strekken. Een kleine wandeling door dit oude dorp zal niemand teleurstellen. Wij lieten echter al snel Vichte achter ons en reden door naar Ingooigem, het kleine gehucht dat ondanks alles heel wat bekendheid wist te verwerven. Niet meteen door de prestaties van de plaatselijke voetbalploeg, maar wel omdat Stijn Streuvels er jaar en dag heeft gewoond: van 1905 tot zijn overlijden in 1969. Het Lijsternest, zoals hij zijn zelf ontworpen landelijke woning noemde, is nu een museum dat zo natuurgetrouw mogelijk de huiselijke sfeer probeert weer te geven waarin Stijn onder andere "De Vlaschaard", "De Teleurgang van de Waterhoek" en "Leven en Dood in den Ast" neerpende.
Het Lijsternest vinden is niet moeilijk, zelfs al heeft niemand de moeite genomen om ook maar ergens een wegwijzer naar die plaats neer te poten. Als je net door de dorpskom bent, en je nog altijd de N36 volgt, ligt het aan de linkerkant van de weg. Veel is er vanaf de buitenkant niet te zien, want hoge bomen en dichte struiken benemen je het uitzicht. Vanuit zijn studeerkamer moet de ex-bakkersknecht echter een mooi uitzicht op het glooiende landschap hebben gehad. Als een lappendeken dat op een onopgemaakt bed is achtergebleven strekken de velden zich zo ver uit als je kunt kijken; en dit in alle richtingen. Enkel de brede, betonnen weg, die vlak naast het Lijsternest loopt, verstoort de landelijke sfeer die er heerst. Wegens tijdsgebrek stellen we een bezoek aan de woonst van de schrijver uit en vervolgen onze weg. Na ongeveer een kilometer stuurt een wegwijzer van de Streuvelsroute ons van de N36 af. We rijden tot onze opluchting een smalle asfaltweg op die zich kronkelend een weg zoekt naar de top van de Tiegemberg. Vanaf hier krijg je een heel mooi uitzicht over de streek, iets wat blijkbaar al lang geweten is, want zelfs tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden de Duitsers er postgevat om een oogje in het zeil te houden op al wat zich afspeelde in deze Zuid-Vlaamse heuvelstreek. De witte molen, die op de top van de Tiegemberg prijkt, is een geklasseerd monument. De vlakte die voor deze oliemolen ligt, is de locatie waar de kermisscène voor de film "De Vlaschaard" werd opgenomen. Vanaf de top van de Tiegemberg loopt de route verder in de richting van Kaster. Een mooie asfaltweg loopt tussen hoge bomen door en mondt uit op een kruispunt. We moeten rechtdoor en belanden prompt op een kasseiweg waarvan de kwaliteit zo goed is dat hij niet zou misstaan in "De hel van het Noorden". Zelfs motorrijders die niet geïnteresseerd zijn in wielerklassiekers weten wat we daarmee bedoelen dus kunnen we volstaan met te melden dat het op dit stuk van de route echt uitkijken geblazen is om niet tegen de stenen te gaan. De bolle vorm van de baan, de korte bochtjes en de mooie omgeving maken dat je niet weet waar je eerst je aandacht moet aan schenken. Heel veel verkeer moet dat stuk weg blijkbaar niet verwerken want het groen dat vantussen de kasseien opschiet, tiert er welig. Na enkele kilometers hobbelen komen we met tintelende handen en een warm zitvlak uit op een bredere, beter geplaveide weg, die ons naar Kaster voert. Dit dorp was ooit een Romeinse, versterkte nederzetting; wat je uit de naam van de gemeente kunt afleiden. Het Latijnse "Castra" betekent namelijk zoveel als versterkte legerplaats. De vele oudheidkundige vondsten die er in de voorbije eeuw aan het licht kwamen laten over die oorsprong dan ook geen twijfel bestaan.
Vanuit Kaster komen we op de N453 en later op de N8 terecht, een weg die ons door Kerkhove en Waarmaarde zal voeren en ons heel wat mooie uitzichten op het agrarische landschap zal opleveren. De tijd heeft hier op sommige plaatsen schijnbaar stilgestaan en soms zou je echt denken dat je elk moment mag verwachten dat je er Frank Lateur, alias Stijn Streuvels, pedalerend op zijn "veloo", zult kruisen. Iets wat hij hier waarschijnlijk veel heeft gedaan want deze weg loopt ook naar Avelgem, het dorp waar Alida Staelens, Streuvels echtgenote, ooit nog heeft gewoond. Na een ommetje door Avelgem, rijden we in zuidelijke richting door de meersen van Avelgem naar Ruien. Voor we daar aankomen moeten we echter een oude Scheldearm via een oude, stalen brug. Het is waarschijnlijk de bouw van die brug die Streuvels heeft geïnspireerd tot het schrijven van zijn bekende roman "De Teleurgang van de Waterhoek" want het boek situeert zich in Rugge, de oudste woonkern van Avelgem. Hier woonde Mira, het hoofdpersonage, die ook haar naam schonk aan de verfilming van dit werk. De Scheldemeersen zijn op de meeste plaatsen goed bewaard gebleven, maar toch is ook de lichte druk van de industrie in dit landschap duidelijk aanwezig. De vooruitgang eist zijn tol, ook in de omgeving van de Kluisberg.
De beboste heuvels van de Kluisberg en zijn omgeving zijn duidelijk zichtbaar als we de route verder volgen naar Escanaffles en daarna terug de Schelde kruisen om naar Outrijve te rijden. Deze kleine leefgemeenschap kan ook al bogen op een lang bestaan; want in een oorkonde, daterend uit het jaar 966, die men terugvindt in de Sint Pietersabdij in Gent, wordt de kerk van Outrijve al vernoemd. Veel is er echter niet te zien en we zetten onze weg verder in de richting van Moen. De weg loopt tot in die gemeente evenwijdig aan het kanaal Bossuit-Kortrijk. In tegenstelling tot wat je zou kunnen verwachten is dit kanaal helemaal geen doodse waterweg. De oevers zijn rijkelijk met begroeid en wie zin heeft in een picknick of er eenvoudigweg even wil uitblazen zal er zeker een rustig plaatsje vinden. Het kanaal Bossuit-Kortrijk werd in het midden van de 19de eeuw gegraven. Het 15 kilometer lange kanaal vormde een verbinding tussen de benedenlopen van de Leie en de Schelde en stond in voor een korte verbinding met het Henegouwse kolenbekken en Kortrijk waar op dat moment heel wat steenkool nodig was om de Vlaamse vlasnijverheid draaiende te houden. Een activiteit die in de streek heel wat mensen tewerkstelde. De weg loopt nu bijna pal noord in de richting van Kortrijk en het landschap is zo rustig als het maar kan zijn. Kronkelend door het zacht glooiende landschap, tussen korenvelden en weiden geeft krijg je nooit de indruk dat je uiteindelijk in de buitenwijken van een grote stad zal worden uitgespuwd. Eerst als je in de onmiddellijke omgeving van het Vlasmuseum komt, merk je dat de bebouwing plots sterk toeneemt. Verkavelingen en nieuwbouw, het gevolg van een steeds maar meer plaats eisende, groeiende stad, maken vanaf dan de dienst uit. Wie wil kan in het Vlasmuseum een goede kijk krijgen op de geschiedenis van de vlasindustrie. Ook het aanpalende Kant- en Linnenmuseum lijkt een bezoekje meer dan waard te zijn want aan de hand van 16 gereconstrueerde Vlaamse interieurs probeert men de bezoekers te tonen hoe men vroeger leefde. Een collectie wassen beelden, waarvoor heel wat bekende Vlamingen model stonden, bevolkt de interieurs en geeft gestalte aan de vlasbewerkers die door hun hard labeur de zaak draaiende dienden te houden.
Omdat we het centrum van Kortrijk nog met een bezoek willen vereren, zoeken we ons een weg door de doolhof van straten met éénrichtingsverkeer, kruispunten en winkelstraten die de binnenstad van Kortrijk rijk is. Op de Grote Markt gekomen vinden we echter niet de gezellige sfeer terug waar we op gehoopt hadden. Slechts enkele oude gebouwen hebben de tand des tijd doorstaan en ook het belfort lijkt maar klein voor wie de grandeur van het belfort van bijvoorbeeld een stad als Gent gewoon is. Eenzaam en geïsoleerd staat de plompe, korte toren in het midden van een modern aangelegd plein. De vernieuwingsdrang van de Kortrijkse gemeenschap had duidelijk geen oog voor de historische standskern. Ietwat teleurgesteld gaan we dan maar een beeld van de middeleeuwse Broeltorens maken. Die zien er heel stevig en stoer uit, maar op de achtergrond staan toch weer enkele moderne hoogbouwen die de torens, ondanks hun ouderdom, maar weinig glorie gunnen. De laatste sporen van de middeleeuwse stadswallen van het ooit, wellicht mooie, Kortrijk… 't Wordt hoog tijd dat we maar eens terug naar huis rijden! Om het roadbook van deze toertip te bekomen surf je naar www.westtoerisme.be