Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

Top Banner





Zoeken in Motorlife.be

Delen




Noorwegen, Hordaland (deel 3) Share

Als ik mijn ogen opentrek heb ik geen flauw benul van uur of tijd. Door de gordijnen van de slaapkamer sijpelt een flauw lichtschijnsel naar binnen maar dat betekent in Noorwegen in het voorjaar niets, zelfs 's nachts blijft er licht in de hemel hangen waardoor het lijkt alsof het nooit geheel en al nacht wordt; een beetje zoals bij volle maan bij ons maar dan zachter.

Na twee dagen schuilen voor het gure weer voel ik me vol energie. Ik heb van de tijd gebruik gemaakt om naast het grollende houtvuur gezeten met de computer enkele trips uit te stippelen en nu kan ik nauwelijks wachten om die te rijden. Maar dat kan alleen als het weer een beetje meezit, dus sluip ik op mijn tenen naar het raam, gluur tussen de gordijnen door en voel een brede glimlach over mijn gezicht glijden. De lucht wordt gedeeld door zowel blauwe vlekken als slierten wolken en dat betekent in mijn boek maar één ding: rijden!

Bondgenote was blijkbaar ook al wakker en niet veel later zijn we ondanks het vroege uur klaar om de baan op te gaan. Niettegenstaande een langdurig bad en buitenslapen starten zowel de Kawasaki Versys 650 als de Yamaha FZ6 voorbeeldig van bij de eerste poging. Terwijl ze op temperatuur komen laden we ons materiaal in voor onderweg en monteren de GPS. De Zümo 660 heeft zelfs in deze uithoek geen probleem om zich te oriënteren en wijst ons nog voor we onze uitrusting gefatsoeneerd hebben al de weg.

Dat we de nauwe weggetjes langs diepe kloven en steile rotswanden nog moeten gewoon worden blijkt meteen. Het baantje dat van het huis naar de beschaving voert wordt omzichtig genomen en dat is maar goed ook want de bochten zijn zo scherp en onoverzichtelijk dat het onmogelijk is om tegenliggers op tijd op te merken. Toegegeven, het lijkt er sterk op dat er maar sporadisch gebruik gemaakt wordt van deze weg, maar toch… je hebt hier maar één tegenligger nodig om zwaar in de problemen te komen!

Met een opgelucht gevoel bereiken we de E134, de hoofdweg die ons in westelijke richting naar Etne voert. Het stadje ligt aan het einde van de gelijknamige fjord en telt net geen 4.000 inwoners. De straten zijn er breed en het stratenplan is alles behalve voorspelbaar wat de gezegende leeftijd van deze pleisterplaats aan een oplettende bezoeker verraad.



De ouderdom is Etne verder niet aan te zien. Net als het gros van de Noorse leefgemeenschappen is er op de bouwwerken maar moeilijk een leeftijd te plakken. Men bouwt er de nieuwe houten huizen nog steeds als vroeger en de oude zijn zo goed onderhouden dat ze niet of nauwelijks opvallen tussen de jonge generatie.



Ook het kerkje heeft een tijdloos karakter al weet niemand wanneer het voor het eerst verrezen is. Het huidige bouwwerk is relatief recent; het werd in 1676 neergezet op de plaats waar in de vroege dagen van de kerstening van Noorwegen de eerste kerk werd neergezet.
Alleen de reusachtige, scherpe monoliet die naast het kerkje als een vermanende vinger naar de hemel wijst duidt erop dat ook hier de bekeringswoede van het kristendom oudere culturen vernietigde. Er woonden hier dan ook –minstens!- sinds de bronstijd mensen.



Etne heeft in het verleden zijn hoogdagen gekend, zo stond er in de middeleeuwen de troon van Magnus Erlingsson, zoon van Erling Skakka en vanaf 1161 tot 1184 koning van Noorwegen. Magnus was de eerste gekroonde koning van Noorwegen en ontving deze eer op acht jarige leeftijd.

Lang heeft hij niet van zijn kroon kunnen genieten; toen hij nog geen dertig was had hij een afspraak met de Walkuren tijdens de slag van Fimreite die uitgevochten werd op de machtige Sognfjord tegen een rebellerende groep, de Bikebeiners. Magnus ging ten onder in de diepe, ijskoude wateren van die fjord samen met het laatste schip van zijn vloot en Sverre Sigurdsson, de leider van de opstandelingen nam zijn kroon over. Realistischer en tegelijkertijd romantischer kan bijna niet… Noorwegen ten voeten uit denk ik terwijl we naar de haventje lopen.



Vandaag de dag is Etne van alle royale lijster ontdaan. 't Is een vriendelijke leefgemeenschap met verkeersluwe straten en een welstand die niet onder stoelen of banken wordt gestoken. Getuige daarvan zijn de goed onderhouden woningen, de klassewagens voor de deur en de zelfbewuste, natuurlijke houding waarmee de goed verzorgde bewoners door het leven gaan. En dat alleen al maakt voor mij het leven in dit Noorse stadje aantrekkelijk, zelfs zonder dat het schitterende landschap daarin een rol gaat spelen.



Vanuit het haventje van Etne hebben we een mooi uitzicht op de Etnefjorden. 't Water ligt er blauwachtig bij als de hemel even compleet wolkloos is. Uit de verte komen echter wat wolkenslierten aanzetten terwijl we terug in het zadel klimmen. We nemen weg 34 die langs de noordelijke oever van de Etnefjorden loopt en rijden in westelijke richting, de wolken tegemoet.



Het baantje wordt al snel smaller maar de kwaliteit van het wegdek blijft onberispelijk. De geboden uitzichten maken dat we verschillende keren stoppen om een en ander op de geheugenkaart van de Nikon vast te leggen. Zelfs een fijne motregen die even een poging doet om de zon te verdrijven kan dat niet verhinderen.



Als uit het niets plots een waterval naast de weg opduikt nemen we zelfs even de tijd voor een actiefoto. Maar 't is de natuur die natuurlijk de hoofdrol krijgt; we maken talloze beelden van de fjord en zijn oevers die er later, eens we terug in Belgenland zijn, maar flauwe afgietsels zullen zijn van hetgeen er in het echt te zien is… we beseffen dat ten volle, maar toch roffelt de sluiter van de camera alsof het de slagpin van een machinegeweer is.



Aan de andere kant van het schiereiland komen we terug in de bewoonde wereld. Skånevik is dan wel een klein plaatsje met maar enkele honderden inwoners, toch is het belangrijk en wel omdat er een ferrydienst is over de Skånevik- en de Matresfjorden.



In afwachting van de overzetboot doden we de tijd met het dorpje te bezoeken en beelden te schieten van zowel mooie huizen als de restanten van een visconservenfabriekje. Het duurt niet lang voor de ferrie opdaagt. Die vaart constant af en aan en doet dat blijkbaar steeds met een volle vracht want als het schip zijn buik opent stromen de auto's eruit en staat er alweer een nieuwe rij met klanten te wachten om aan boord te gaan.



We veroveren een plaatsje voor onze motoren en zetten die met de bak in de laagste versnellingen vast. Ondanks het vlakke wateroppervlak blijven we op de motoren zitten tijdens de korte overtocht. Vanuit mijn ooghoeken kan ik Bondgenote in de gaten houden en informeer halverwege de overtocht kwansuis hoe ze zich voelt.

Met haar aanleg voor zeeziekte geen overbodige vraag maar haar antwoord door de Sena intercom is klaar en duidelijk, ze maakt het goed en vindt het alleen maar jammer dat ze van de oversteek door de hoge boorden van het schip geen beelden kan maken. "Ja, 't is een ziekte…" antwoord ze mij als ik als antwoord daarop haar moeder citeer, "maar dan wel eentje van het goede soort hé?!" En wie ben ik om haar daarin tegen te spreken?!

Als het schip aanlegt aan de oostkust van de Matresfjorden staan we aan het begin van weg 40. Die loopt in noordelijke richting via Matersdalen en geeft uit op weg 48 die richting Rosendal loopt. Rijdend door een geheel natuurlijk, dun bevolkt landschap over verkeersluwe wegen met prachtige vergezichten komen we in die leefgemeenschap aan. Doet de naam Rosendal Vlaams aan, 't is voor ons niet alleen de naam die dit dorpje op de kaart zet maar ook het schitterende landgoed genaamd Baroniet Rosendal. En dat gaan we bezoeken.



De heerlijkheid ligt net aan de rand van het dorp en kijkt over de fjord uit vanop glooiend groene hellingen die tussen de zee en de bergen een plaatsje hebben veroverd. Als men weet dat dit goed van oorsprong een herenboerderij was is de geografische ligging ervan heel normaal.



Goede grond voor landbouw en veeteelt is in dit deel van Noorwegen veeleer schaars te noemen maar hier gedijen planten en dieren blijkbaar goed. Getuigen daarvan zijn de weelderig groene weiden en de prachtige paarden en weldoorvoede schapen die er grazen.

We laten onze motoren op de parkeerplaats achter en kiezen wegens tijdsgebrek ervoor om enkel de tuinen van het domein te bezoeken. Voor het interieur van het statige bouwwerk, dat zijn boerenafkomst nauwelijks kan verbergen, hebben we deze keer jammer genoeg geen tijd.



Slenterend over de laantjes kunnen we ons heel goed voorstellen hoe het er hier in het verleden aan toeging. In het gezegende jaar 1658 kwam hier een pas getrouwde koppel wonen, te weten Ludvig Rosenkrantz en Karen Mowat. Ludvig was een verarmde Deense edelman en Karen de enige erfgename van destijds het grootste fortuin van Noorwegen. Dat Ludvig financieel met zijn gat in de boter was gevallen is duidelijk: destijds behoorden er meer dan 500 boerderijen tot het domein.



In 1665 was de metamorfose van de oude boerderij naar een luxueus domein gerealiseerd. Ook op sociaal vlak deed het koppel blijkbaar zijn best want in 1678 verleende de koning de status van baronie aan het inmiddels tot Rosendal omgedoopte domein. Het zou in de familie blijven tot 1927, het jaar dat het aan de universiteit van Oslo werd geschonken.



Goed onderhouden tuinen evenals een uitgebreide moestuin vormen één geheel met het kader waarin het domein ligt. Het aangelegde park sluit naadloos aan met de omliggende natuur en eeuwen oude bomen versterken nog die indruk.

Met in de verte de besneeuwde bergtoppen en het glinsterende wateroppervlak van de fjord kan men zich moeilijk een mooiere plaats voorstellen, zeker als men midden een midden een met wilde bloemen vergeven weide staat en alleen de strelingen van de wind over het landschap hoort. De eerste ontluikende bloesems koesteren zich in de warmte van de lentezon… ja, ik moet eerlijk gezegd moet moeite doen om me van dit toneel los te rukken om verder te rijden.



Bondgenote heeft een karrenvracht beelden geschoten van Rosendal maar niettemin blijkt haar honger naar beelden alles behalve gestild. Niet verwonderlijk moet ik toegeven want Noorwegen is nu eenmaal een heel verleidelijk land voor fotografen. En zowel de Sildafjorden en Maurangsfjorden waar we de 551 volgend langsrijden vormen daar alles behalve een uitzondering op.



Voor mij is het een weerzien met het land van de Goden, voor Bondgenote – die nochtans al één en ander gezien heeft in haar leven – is het een ware ontdekkingstocht. Het zware, onpeilbaar diep lijkende water van de fjorden, de bergen met hun besneeuwde toppen en het liefelijke van een prachtige lentedag in mei zorgen voor een cocktail die alles behalve versmaden wordt.



Achter elke bocht wacht weer een nieuw schilderij, een nieuw kunstwerk van de goden en dat alleen om mens en dier te behagen… tenminste zo lijkt het, maar de steile bergpieken vol sneeuw in de verte baren me gaandeweg meer en meer zorgen.
Ze liggen pal in de richting waarin we rijden en dat voorspelt –afgaande op ons avontuur in de heenreis- niet veel goeds. Ik hou de toon van onze conversatie echter luchtig en laat niets van mijn zorgen aan Bondgenote weten. De Yamaha en de Kawasaki doen schitterend werk en bewijzen voor de zoveelste keer dat een middenklasse motorfiets dé aangewezen keuze is voor het rijden op gevarieerde trajecten.




Net voorbij Sunndal bereiken we het oostelijke einde van de Maurangsfjorden. Dat het water bij tijden veel hoger staat blijkt uit een hoop drijfhout dat op de rotsige kust heeft opgehoopt aan de voet van een boothuis dat zich als een roerloze schildwacht op het einde van de fjord heeft opgesteld. Terwijl Bondgenote terug een handvol beelden schiet van het schitterende tafereel dat de fjorden bieden bekijk ik de bergen achter haar. Geen spoor van een weg te zien die naar boven leidt wat suggereert dat de pas over smalle ezelsweggetjes zal voeren.

Er heerst complete radiostilte als we naar de bergen beginnen te rijden. Heeft Bondgenote terug in mijn hoofd kunnen kijken? Misschien worstelde ze net als ik reeds enige tijd met het vooruitzicht van een moeilijk te nemen bergpas maar wilde me dat niet zeggen…



De Boeddhisten hebben gelijk als ze stellen dat zich zorgen maken om de toekomst meestal pure tijdverspilling is. Dat flitst door mijn hoofd als ik naast de weg een bord zie staan dat aangeeft dat we over enkele honderden meters de Folgefonntunnelen zullen betreden. De lengte van de tunnel wordt aangeven als 11.150 meter en terwijl we het duistere gat in de bergwand inrijden begin ik te twijfelen of het wel degelijk deze cijfers waren die op het bord stonden aangegeven. Een tunnel van meer dan 11 kilometer lang? Was dat wel mogelijk? De Westerscheldetunnel, die 6,6 kilometer lang is en de verbinding vormt tussen Zeeuws Vlaanderen en Zuid-Beveland had me altijd al zo ellendig lang geleken!

Met een voorzichtige vaart van om en bij de 80 kilometer per uur vorderen we theoretisch gestaag door de tunnel maar de speciale sfeer die in deze ultramoderne konijnenpijp heerst speelt spelletjes met ons gevoel van tijd en ruimte. Bovendien zijn we beiden vergeten om op de kilometertellers te kijken waardoor we hoegenaamd geen idee hebben van onze vorderingen. Bondgenote oppert even het idee om te stoppen en een beeld te maken maar dat veeg ik ondemocratisch meteen van tafel; veel te gevaarlijk is mijn oordeel, je weet maar nooit wat er allemaal door deze tunnel komt net als je stil staat om dat plaatje te schieten.



Minuten die wel uren lijken later rijden we terug onder de open hemel. De tunnel heeft ons net voor Eithiemsvegen uitgespuwd op de westelijke oever van de Sørfjorden, een 38 kilometer lange zijarm van de al even machtige Hardangerfjord. Weg 551 is drukker bereden dan hetgeen we tot nog toe op onze tocht tegenkwamen maar niettemin is er nog steeds meer dan tijd genoeg om van het rijden an sich en de omgeving te genieten.

De zon schijnt, de motoren missen geen klap en het landschap is weergaloos mooi. Dit is het summum van reizen met de motor, zeg ik meer tegen mezelf dan tot Bondgenote in de Sena intercom en de stilte aan de andere kant van de lijn geeft aan dat ze het daar helemaal mee eens is.



We rijden nu bijna pal noord en het is het uur van de middag. Onze magen geven dat aan zonder dat ze daarvoor een uurwerk nodig hebben. Nog even volhouden en dan bereiken we onze picknic plaats. Maar daarover en over de rest van deze tocht meer in het vervolg van dit verhaal….

Interessante links:
DFDS Seaways: http://freight.dfdsseaways.com
Visit Norway: http://www.visitnorway.com